Het Nationaal Park is ongeveer 6100 hectare groot en biedt volop mogelijkheden voor mens en natuur. De oudst zichtbare sporen van bewoning dateren uit de IJzertijd.

Sindsdien is het gebied altijd bewoond geweest en gebruikt. Een hunebed bij Diever en grafheuvels bij Oude Willem en Vledder geven hier blijk van. In later eeuwen vormde zich het karakteristieke esdorpenlandschap, met essen (akkercomplexen), heidevelden en bosjes. De heidevelden deden vooral dienst als weidegronden voor schaapskuddes. Door overbegrazing ontstonden de laatste paar honderd jaar zandverstuivingen.

Vledder luchtfoto
Het esdorp Vledder vanuit de lucht

Rond 1850 vormde deze zandverstuivingen een bedreiging voor de dorpen en akkers. Daarom werden er in die tijd de eerste kleinschalige bebossingen uitgevoerd. Door de uitvinding van kunstmest begin 20e eeuw was de functie van begrazing afgenomen. Sindsdien vonden er grootschalige bebossingen plaats met houtvoorziening als voornaamste doel. Andere delen van de voormalige heide zijn ontgonnen tot landbouwgrond.

Drents-Friese Wold Doldersummerveld schaapskudde
Doldersummerveld schaapskudde

Ondanks de grootschalige wijzigingen in het landschap is de structuur van de dorpen en hun directe omgeving goed bewaard gebleven. Op sommige essen liggen nog oude verkavelingspatronen. Rond een aantal essen bevinden zich houtwallen die vroeger vee en wind weg moesten houden van de akkers. Sinds kort is er een schaapskudde onder leiding van een herder in het gebied gehuisvest worden, de oude tijden herleven weer. De kudde zal behalve het Doldersummerveld ook het Wapserveld begrazen.

Terug naar boven